Vraagstukken en commissies 2026

Elk jaar wordt er door de organisatie gezocht naar actuele en interessante vraagstukken voor de Gelderse MEP conferentie. De vraagstukken van 2026 vind je hieronder!

 

Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (ENVI I)

Het vraagstuk over mentale gezondheid bij jongeren Uit onderzoek van UNICEF blijkt dat ongeveer 11 miljoen jongeren in Europa worstelen met mentale gezondheidsproblemen.

Verschillende factoren beïnvloeden hun mentale welzijn: prestatiedruk, de thuissituatie, sociale media en een gebrek aan sociale veiligheid. Mentale gezondheid speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van jongeren en heeft directe invloed op hun onderwijsprestaties, arbeidsparticipatie, fysieke gezondheid en sociale relaties. Hoewel vrijwel iedereen wel eens met gezondheidsproblemen te maken krijgt, bij zichzelf of bij familie en vrienden, wordt er bij mentale problemen nog vaak geen hulp gezocht. Uit de Eurobarometer-enquête blijkt dat één op de twee mensen die met geestelijke gezondheidsproblemen te maken had, geen professionele hulp heeft gevraagd. Dit komt onder andere door de druk op zorgsystemen, waardoor lange wachtlijsten ontstaan. Daarnaast is er ook nog een stigma rondom mentale gezondheidsproblemen. Hierdoor zijn er negatieve vooroordelen over mentale gezondheidsproblemen. Dit allemaal zorgt voor extreme gevolgen voor de gezondheid van veel mensen. Hoe kan de Europese Unie ervoor zorgen dat mentale gezondheid verbetert en dat de zorg toegankelijk is voor mensen vanuit alle lidstaten? Hoe kan de EU ervoor zorgen dat het stigma rond mentale gezondheidszorg wordt verminderd? En hoe kan de Europese Unie meer focus leggen op preventie van mentale gezondheidsproblemen?

 

Commissie ontwikkelingssamenwerking (DEVE)

Het vraagstuk over de negatieve gevolgen van ontwikkelingshulp in Afrika

De EU levert al jaren ontwikkelingshulp en middelen aan allerlei landen verspreid over de wereld, met name in Afrika. Dit is natuurlijk met goede bedoelingen, maar de uitkomsten zijn soms minder vanzelfsprekend. Het investeringstraject van de EU gaat niet altijd hand in hand met de huidige Europese handelspolitiek. Deze benadeelt op veel vlakken namelijk de economie van perifere landen. Europa handelt vooral met Afrika voor haar grondstoffen, maar laat weinig ruimte over voor Afrikaanse landen om andere producten op internationale markten te verkopen. Hierdoor blijven veel Afrikaanse landen economisch afhankelijk van de export van grondstoffen, terwijl landen juist zouden moeten investeren in meer diverse, lokale en duurzame industriële ontwikkelingen. Daarnaast verkoopt de EU veel goederen aan Afrika voor ontzettend lage prijzen. Deze “dumping” van Europese producten ondermijnt onder andere de kleinschalige lokale landbouw, waardoor veel Afrikaanse boeren failliet gaan. Hierdoor is er dus ook geen ruimte om je als Afrikaanse boer grootschalig te ontwikkelen op gebied van landbouw. Deze gevolgen zorgen ervoor dat de landen in Afrika vast blijven zitten in hun periferie, terwijl het partnerschap en de middelen van de EU juist zouden moeten helpen met het laten groeien van de lokale economieën. Hoe kan de EU deze negatieve gevolgen tegen gaan? Hoe zorgen we voor een investeringstraject en een handelspolitiek die zowel eerlijk is voor Europa als Afrika, zonder onze concurrentie te verliezen?

 

Commissie cultuur en onderwijs (CULT)

Het vraagstuk over de onderwijskloof en diploma-erkenning in Europa

Onderwijs speelt een cruciale rol in gelijke kansen, culturele ontwikkeling en arbeidsmobiliteit binnen de Europese Unie. Toch bestaat er binnen Europa een duidelijke onderwijskloof tussen lidstaten. Onderwijssystemen, leerkwaliteit en diploma-eisen verschillen sterk per land, wat leidt tot ongelijkheid tussen studenten en werknemers. Zo worden vergelijkbare opleidingen in verschillende landen anders beoordeeld en is een diploma uit het ene land niet altijd direct gelijkwaardig aan dat uit een ander land. Tegelijkertijd blijft onderwijs grotendeels de verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf. De EU kan verbetering stimuleren, maar heeft geen rechten om onderwijssystemen direct te veranderen. Studenten en werknemers moeten hierdoor soms aanvullende toetsen doen of extra scholing volgen om hun diploma erkend te krijgen. Dit beperkt studie- en werkmogelijkheden binnen de EU. Een eerlijker systeem van diploma-erkenning kan bijdragen aan gelijke kansen en versterkte Europese samenwerking, op het gebied van onderwijs en cultuur. Hoe kan de Europese Unie zorgen voor een eerlijker en efficiënter systeem van diploma-erkenning? En hoe zorgen we er tegelijkertijd voor dat de onderwijskloof tussen lidstaten verkleint?

 

Commissie burgerlijke vrijheden justitie en binnenlandse zaken (LIBE)

Het vraagstuk over de bescherming van politici en hun privacy

Toegenomen politieke polarisatie leidt tot een toename van aanvallen op gekozen vertegenwoordigers, politieke kandidaten en partijleden. Volgens onderzoek van de Inter-Parliamentary Union is meer dan 71 procent van de parlementariërs (zowel op Europees als nationaal niveau) bedreigd, zowel online als offline. Dit resulteert in een ernstige achteruitgang van het politieke debat in de EU. Parlementariërs worden verbaal bedreigd, geïntimideerd of zelfs aangevallen, waarbij hun privacy vaak wordt geschonden. Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen in 2024 zijn in verschillende landen ernstige incidenten rondom politici gerapporteerd. Politici worden door bedreigingen in vervelende posities gezet waardoor zij zich onveilig voelen in hun bestuurlijke beslissingen en standpunten. Dat deze bedreigingen effect lijken te hebben, zorgt ervoor dat meer mensen overgaan tot verbaal en fysiek geweld. Dit ondermijnt het democratisch proces. Politie in heel Europa doet haar uiterste best om parlementariërs en politici zo goed mogelijk te beschermen. Toch is er vaak niet genoeg mankracht om iedereen volledig te beveiligen. Daarnaast maakt de online wereld dit probleem nog complexer. Politici krijgen steeds vaker te maken met online bedreigingen, schendingen van hun privacy en het gebruik van bijvoorbeeld deepfakes die met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) worden gemaakt. In hoeverre mag de Europese Unie de vrijheid van meningsuiting beperken wanneer het gaat om de bescherming en privacy van politici? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat de democratie in Europa veilig blijft, ondanks bedreigingen en intimidatie?

 

Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken (EMPL)

Het vraagstuk over omscholing tot gevolg van de negatieve invloed van AI

De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) verandert de Europese arbeidsmarkt voortdurend. Automatisering en digitalisering zorgen ervoor dat bepaalde beroepen niet meer van toepassing zijn of een andere rol krijgen, terwijl er tegelijkertijd nieuwe functies ontstaan waarvoor andere en nieuwe vaardigheden nodig zijn. Banen die risico lopen kunnen leiden tot arbeidsonzekerheid en ongelijkheid tussen werknemers. Hoewel AI een positieve invloed heeft gehad op onze economie, dreigt er werkloosheid te ontstaan in bepaalde werkgebieden, door het feit dat AI steeds meer banen zou kunnen overnemen. Zonder gericht beleid kan dit probleem daadwerkelijk plaatsvinden. Veel lidstaten hebben toegang tot nationale omscholingsprogramma’s waarbij werkgevers en werknemers leren om AI toe te passen op het werk, maar deze verschillen sterk in kwaliteit, toegankelijkheid en hoe deze eventueel gefinancierd worden. Daarnaast zijn niet alle werknemers in staat om te investeren in bijscholing. Kwetsbare groepen, zoals oudere werknemers en laagopgeleiden, lopen het grootste risico om achter te blijven. Zonder effectieve Europese samenwerking kan dit leiden tot een toename in werkloosheid en sociale instabiliteit binnen de Europese Unie. Hoe kan de EU baangarantie en de gelijkheid van kwaliteit in AI-transitie bevorderen? En hoe zouden we AI juist in kunnen zetten tegen deze gevolgen?

 

Commissie vervoer en toerisme (TRAN)

Het vraagstuk over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Toegankelijk openbaar vervoer is essentieel voor mobiliteit, zelfstandigheid en arbeidsparticipatie. Volgens Eurostat heeft ongeveer 1 op de 4 mensen die 16 jaar of ouder zijn in de EU een beperking. Voor veel van hen is zelfstandig reizen met het openbaar vervoer moeilijk of zelfs onmogelijk door ontoegankelijke voertuigen, stations en reisinformatie. Dit beperkt hun deelname aan onderwijs, werk en het maatschappelijk leven en kan leiden tot sociale uitsluiting. Ondanks dat er in veel grote steden al grote stappen worden gezet in het toegankelijker maken van het openbaar vervoer, denk hierbij bijvoorbeeld aan Wenen en Helsinki waar een groot deel van de trams lagevloertrams zijn, blijft deze toegankelijkheid in veel regio’s achter. Dat geldt echter niet alleen voor de fysieke toegankelijkheid van het openbaar vervoer, maar ook voor de betaalbaarheid en digitale toegankelijkheid. Hoewel er bestaande regelgeving en passagiersrechten zijn, verschilt de uitvoering en handhaving sterk tussen lidstaten, wat vooral bij grensoverschrijdend vervoer tot extra onzekerheid leidt. Hoe kan de EU ervoor zorgen dat het openbaar vervoer toegankelijker wordt voor mensen met een beperking en mensen in het algemeen? Hoe kan de EU ervoor zorgen dat het openbaar vervoer betaalbaarder wordt?

 

Commissie buitenlandse zaken (AFET/SEDE)

Het vraagstuk over de samenwerking op defensiegebied in de Europese Unie

De Europese Unie werkt op defensiegebied steeds intensiever samen, mede door toenemende geopolitieke spanningen aan de buitengrenzen van Europa en veranderende machtsverhoudingen in de wereld. Toch blijft defensie in de eerste plaats een nationale bevoegdheid van de lidstaten. Daarnaast bestaan er grote verschillen in militaire capaciteit, strategische cultuur en politieke bereidheid om troepen in te zetten. Initiatieven zoals Permanent Structured Cooperation (PESCO) en de samenwerking binnen North Atlantic Treaty Organization (NAVO) laten zien dat Europese landen bereid zijn om nauwer samen te werken op defensiegebied. Desondanks ontbreekt er nog steeds een volledig gecentraliseerde militaire commandostructuur binnen de EU. Hierdoor blijft de Europese Unie grotendeels afhankelijk van nationale besluitvorming en externe partners, wat de snelheid van besluitvorming en de strategische autonomie van het Europese veiligheidsbeleid kan beperken. In hoeverre kan de Europese Unie een sterkere gezamenlijke militaire structuur ontwikkelen zonder de nationale soevereiniteit van lidstaten te ondermijnen? Hoe kan de EU zorgen voor een betere samenwerking op defensiegebied?

 

Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (ENVI II)

Het vraagstuk over het beschermen van natuurgebieden

Natuurgebieden spelen een cruciale rol in het behoud van biodiversiteit, het tegengaan van klimaatverandering en het beschermen van ecosystemen. Binnen de Europese Unie staan natuurgebieden echter steeds meer onder druk door klimaatverandering, verstedelijking, landbouw en vervuiling. Daarnaast kan ook oorlog grote schade veroorzaken aan natuur en ecosystemen. De Europese Unie heeft verschillende richtlijnen opgesteld om natuur en biodiversiteit te beschermen. Op basis van deze richtlijnen werd het netwerk van beschermde natuurgebieden “Natura 2000” opgericht, dat duizenden natuurgebieden in Europa beschermt. Toch bestaan er grote verschillen tussen lidstaten in hoe deze regels worden uitgevoerd en gehandhaafd. Naast deze uitdagingen kan ook oorlog grote schade aanrichten aan natuurgebieden. Gewapende conflicten veroorzaken niet alleen humanitaire rampen, maar leiden ook tot vernietiging van bossen, vervuiling van waterbronnen en beschadiging van beschermde natuurgebieden door bombardementen en militaire activiteiten. Hoe kan de Europese Unie natuurgebieden beter beschermen, zowel binnen normale natuurgebieden als in conflict- en oorlogsgebieden? Hoe kan de bescherming van het Natura 2000-netwerk worden versterkt? En welke internationale samenwerking is nodig om milieuschade tijdens conflicten te beperken en natuur in oude conflictgebieden te herstellen?

 

Commissie economische en monetaire zaken (ECON)

Het vraagstuk over het Europese vestigingsklimaat

De Europese Unie wil aantrekkelijk blijven voor bedrijven in een wereld met sterke concurrentie van landen als de Verenigde Staten en Aziatische economieën. Hoewel veel start-ups en internationale bedrijven zich in Europa vestigen, vertrekken sommige ondernemingen wanneer ze groter worden. De Organisation for Economic Co-operation and Development geeft aan dat factoren zoals relatief strikte regelgeving, hoge energieprijzen en verschillen in belastingregimes tussen regio’s een belangrijke rol spelen voor het verslechterde Europese vestigingsklimaat. Deze factoren beïnvloeden de kostenstructuur en investeringsklimaat binnen Europa. Zo verplaatste Dyson zijn hoofdkantoor naar Singapore om dichter bij groeimarkten te zitten en minder met Europese regelgeving te maken te hebben. Dit kan ten koste gaan van innovatie en werkgelegenheid. Hoe kan de EU economische groei stimuleren, terwijl sociale bescherming en duurzaamheidsdoelen worden behouden? Hoe kan de EU aantrekkelijkheid bevorderen en ervoor zorgen dat de soevereiniteit van EU-lidstaten gewaarborgd blijft?

 

Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid (FEMM)

Het vraagstuk over de ongelijkheid in de medische diagnostiek

Recente bevindingen tonen aan dat vrouwen binnen de Europese Unie gemiddeld langer leven dan mannen, maar meer jaren in slechte gezondheid doorbrengen. Hoewel iedereen medische zorg nodig heeft, wordt niet iedereen op dezelfde manier behandeld. Binnen de gezondheidszorg bestaat nog steeds een duidelijke genderkloof. Lange tijd werd medisch onderzoek vooral uitgevoerd op mannelijke lichamen, omdat mannen werden gezien als het ‘standaard’ of ‘prototype’ van de mens. Daardoor werd vaak aangenomen dat onderzoeksresultaten automatisch ook voor vrouwen gelden. Ook in klinische studies wordt nog te weinig onderzocht hoe vrouwen anders reageren op medicijnen of behandelingen. Hierdoor ontbreekt belangrijke kennis over hoe ziekten zich bij vrouwen ontwikkelen. Dit kan leiden tot verkeerde of vertraagde diagnoses. Veel medische richtlijnen zijn gebaseerd op symptomen die vooral bij mannen voorkomen, waardoor ziekten bij vrouwen later worden herkend. Daarnaast ervaren vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen, omdat deze vaak voornamelijk op mannen zijn getest. Daarnaast krijgen aandoeningen die vooral vrouwen treffen minder aandacht in onderzoek. Ook worden klachten van vrouwen soms minder serieus genomen en sneller toegeschreven aan stress of psychologische oorzaken. Hoe kan de Europese Unie ervoor zorgen dat medisch onderzoek en diagnostiek beter rekening houden met sekse- en genderverschillen? Hoe kunnen stereotypes rondom klachten van vrouwen worden doorbroken? En welke rol kan de Europese Unie spelen in het stimuleren van inclusieve gezondheidszorg met gelijke kansen voor iedereen?